Exterieur harmonisatie

Rundveebedrijven kunnen er voor kiezen om op gezette tijden het exterieur van alle dieren in een bepaalde leeftijdscategorie te laten keuren door een bevoegde inspecteur. Dit is de bedrijfsinspectie. Er zijn verschillende organisaties die erkend zijn om deze informatie te verzamelen.

Het GES bestuur vindt het belangrijk dat de professionaliteit van de gegevensverzameling en de kwaliteitsborging hoog is. Over de beste manier van het vastleggen van het exterieur van runderen lopen de meningen uiteen. Veel exterieurkenmerken zijn subjectieve beoordelingen. De verzamelde gegevens kunnen daarom verschillen tussen dataleveranciers. Ook binnen een dataleverancier kunnen de verschillen tussen inspecteurs te groot zijn. GES wil toch de kwaliteit van de verzamelde exterieurgegevens zo goed mogelijk borgen. GES houdt daarom toezicht op de datakwaliteit van de dataleveranciers als geheel, de dataleveranciers houden zelf toezicht op hun eigen inspecteurs en zijn verantwoordelijk voor de keuring van individuele koeien.
  1. GES accepteert alleen exterieurgegevens van organisaties die hiervoor door RVO.nl erkend zijn. RVO.nl controleert of de procedures in overeenstemming zijn met de regelgeving en of ze goed worden uitgevoerd. RVO.nl krijgt elk jaar de rapportages van de erkende organisaties voor prestatieonderzoek. GES krijgt toestemming van de dataleveranciers om ieder jaar bij RVO.nl te informeren naar de status. Als de organisatie tekortschiet, kan het GES bestuur besluiten om stappen te nemen om de kwaliteit van de exterieurgegevens die voor de fokwaardenschatting worden gebruikt te handhaven.
  2. GES stelt aanvullende eisen voor prestatieonderzoek van het exterieur voor zover het betrekking heeft op de fokwaardenschatting:
    1. De exterieurgegevens moeten verzameld worden volgens de criteria van de internationale ICAR en WHFF (World Holstein-Friesian Federation).
    2. Bij nieuwe of veranderde data, stelt GES vast of het statistisch verantwoord is om de oude en nieuwe exterieurgegevens te combineren.
    3. GES faciliteert de uniformering en kwaliteitsverbetering door één keer per jaar een analyse van de data uit te laten voeren. De Technische Commissie van GES heeft de hiervoor de volgende methodiek vastgesteld:
      1. Bepalen van het percentage gekeurde vaarzen per bedrijf x keuringsdatum per organisatie per jaar.
      2. Berekenen van het gemiddelde en de spreiding van de data per organisatie per jaar. Tevens is getoetst of de gegevens voldoen aan de normaalverdeling.
      3. Schatten van de genetische correlatie tussen exterieurgegevens verzameld door één organisatie en de overige organisaties.
      4. Toetsen of organisaties stieren van dezelfde eigenaar op dezelfde manier beoordelen.
    4. De uitkomsten van de analyse, van de dataleveranciers als geheel, worden ieder jaar besproken door de uniformeringscommissie. De commissie bestaat uit de Coördinator van GES, een bestuurslid van GES en twee vertegenwoordigers van iedere dataleverancier. Deze commissie doet aanbevelingen voor verdere acties, die dan via de technische commissie naar het bestuur gaan. Deze aanbevelingen kunnen variëren van “alles ziet er goed uit en er is geen verdere harmonisatie nodig” tot “het houden van een workshop met alle inspecteurs om de exterieurkeuring verder te harmoniseren“.
    5. Na enige ervaring met de statistische analyse heeft het GES bestuur kwaliteitscriteria vast gesteld waar de aangeleverde data aan moet voldoen: Voor iedere organisatie moet gemiddeld 85% procent van de aanwezige vaarzen op het bedrijf beoordeeld worden tijdens de bedrijfsinspectie.
    6. fDe uniformeringscommissie kan de hulp van een externe deskundige inroepen, bijvoorbeeld een vertegenwoordiger uit de exterieurgroep van het WHFF, om de harmonisering te ondersteunen.
    7. De uniformeringswerkgroep rapporteert aan het bestuur van GES, en de leden van de werkgroep treden hierover niet naar buiten. Nadat het GES-bestuur besloten heeft over de rapportage en aanbevelingen, is de GES-coördinator de woordvoerder namens GES. Werkgroepleden werken samen om de kwaliteit van de data te waarborgen voor de fokwaardenschatting.