Databorging

Organisaties die zich bezig houden met het bijhouden van één of meer stamboeken, het uitvoeren van prestatieonderzoek of het uitvoeren van fokwaardenschatting hebben erkenning nodig van de RVO.nl.

Eén van de uitgangspunten is dat het gehele fokkerijproces, waartoe stamboekadministratie, prestatieonderzoek en fokwaardenschatting behoren, plaats vindt door of onder verantwoordelijkheid van de organisatie die de doelstellingen, meer in het bijzonder het fokdoel, bepaalt. In principe is het verkrijgen van erkenning voor fokwaardenschatting gekoppeld aan het hebben van erkenning voor het bijhouden van stamboeken en erkenning voor het uitvoeren van prestatieonderzoek.

Bij runderen is het mogelijk om hiervan af te wijken, mits de organisatie die erkenning heeft voor fokwaardenschatting afstemming zoekt bij de organisaties die erkend zijn voor het bijhouden van stamboeken. GES maakt gebruik van deze uitzondering. Bij de aanvraag van deze erkenning is één van de eisen dat wordt aangetoond dat de kwaliteit van de gegevens die gebruikt worden voor de fokwaardenschatting gewaarborgd zijn.

Het doel van deze pagina is om de borging van de kwaliteit van de data die door GES gebruikt wordt te inventariseren en de eisen aan de verslaglegging van de borging verder uit te werken.

Algemeen beleid GES
GES heeft als uitgangspunt voor het gebruiken van gegevens voor de fokwaardenschatting dat ze afkomstig moeten zijn van een door RVO.nl erkende stamboekorganisatie of een door RVO.nl erkende organisatie voor prestatieonderzoek. Indien dit niet het geval is, moet de organisatie die het prestatieonderzoek uitvoert, afstemmen met GES, zodat de metingen zo goed mogelijk aansluiten bij de fokwaardenschatting.

Indien GES te maken heeft met meerdere dataleveranciers kan het zijn dat de metingen niet geheel overeenkomen. Beide erkende stamboeken voldoen dan aan de erkenningsvoorwaarden, maar er is geen onderlinge harmonisatie. GES heeft daarom een datacombineringsprotocol. Dit protocol beschrijft de technische beoordeling hoe gegevens van erkende organisaties worden gecombineerd in de fokwaardenschatting.

Voor iedere fokwaardenschatting vindt er een technische selectie van aangeleverde gegevens plaats op basis van de geschiktheid voor het statistische model. De eisen aan aangeleverde gegevens om meegenomen te worden in de fokwaardenschatting staan beschreven in de methodiek fokwaardenschatting.

Datacombineringsprotocol
Uitgangspunt is dat het gebruik van gegevens van een dataleverancier beoordeeld wordt op basis van de technische kengetallen die de statistische en genetische aspecten van de data beschrijven. Kengetallen die hierbij belangrijk zijn, zijn spreiding van de gemeten kenmerken, als ook de geschatte erfelijkheidsgraad. Daarnaast wordt de genetische correlatie tussen het door een stamboek gemeten kenmerk en het door de stiereigenaren gewenste kenmerk geschat. Als de genetische correlatie groter is dan 0,90, dan wordt het als hetzelfde kenmerk beschouwd. Is de genetische correlatie kleiner dan 0,50, dan wordt het stamboekkenmerk niet meegenomen. Bij een genetische correlatie tussen de 0,50 en 0,90 wordt kenmerk als een gecorreleerd kenmerk meegenomen.

Bij de introductie van een nieuw kenmerk, bij een organisatie die een bestaand kenmerk voor het eerst aanlevert, of bij een verandering van een kenmerkdefinitie of meetprotocol wordt bij subjectief beoordeelde kenmerken de genetische correlatie jaarlijks geschat gedurende een periode van vijf jaar. Daarna gaat het mee in de normale procedure voor het opnieuw schatten van genetische parameters, dat wil zeggen eens in de vijf jaar.

Voor dit laatste punt is het nodig dat stamboeken en organisaties die erkend zijn voor prestatieonderzoek GES tijdig informeren over een verandering van kenmerkdefinitie of protocol, of een accreditatie van een nieuwe inspecteur.


Figuur 1. Gegevensstromen voor de GES fokwaardenschatting

Afstamming
GES maakt alleen gebruik van afstammingsgegevens van erkende stamboekorganisaties. Op dit moment wordt gebruik gemaakt van afstammingsgegevens van VRV (België) en CR-Delta.

Om GES in de gelegenheid te stellen de kwaliteit van de afstammingsgegevens te monitoren, moeten de stamboekorganisaties de jaarlijkse rapportages en de vijfjaarlijkse onderbouwing van de aanvraag van de verlenging van de erkenning door RVO.nl ter informatie beschikbaar stellen aan GES.

Melkproductie
Voorwaarde aan datakwaliteit voor erkenning prestatieonderzoek: De organisatie heeft voorschriften vastgesteld waarin ten minste is bepaald op welke wijze de gegevens verzameld worden, hoe de gegevens worden vastgelegd, welke eisen aan de apparatuur worden gesteld, de wijze waarop dit wordt gecontroleerd, de wijze waarop de kwaliteit (betrouwbaarheid) van de gegevens wordt gegarandeerd en de wijze waarop de dieren gekozen worden. De voorschriften bevatten tenminste de resultaten van de kwaliteitscontrole zoals voorgeschreven door ICAR.

Exterieur
Voorwaarde aan datakwaliteit voor erkenning prestatieonderzoek: De organisatie heeft voorschriften vastgesteld waarin ten minste is bepaald welke gegevens betreffende het exterieuronderzoek worden verzameld, op welke wijze de gegevens verzameld worden, op welke wijze de kwaliteit (betrouwbaarheid) van de gegevens wordt gegarandeerd en op welke wijze de dieren gekozen worden. Voorts is in de voorschriften in ieder geval bepaald wat het aantal inspecteurs is, wat de minimale scholingseisen aan inspecteurs zijn, wat het aantal inspecties per keurmeester is en hoe de kwaliteit van de inspecties wordt bewaakt met harmonisatie.

GES stelt aanvullende eisen voor prestatieonderzoek van het exterieur, in ieder geval zover het de fokwaardenschatting betreft
  1. De data moeten verzameld worden volgens de criteria die opgesteld worden volgens de internationale ICAR en WHFF (World Holstein Friesian Federation) regels.
  2. Bij nieuwe of veranderde data, stelt GES vast of het statistisch verantwoord is om de data te combineren.
  3. Gemiddeld per organisatie moet 85% procent van de aanwezige vaarzen beoordeel worden tijdens de bedrijfsinspectie.
  4. GES zal de uniformering & kwaliteitsverbetering faciliteren door één keer per jaar een analyse van de data uit te laten voeren. Deze geeft het gemiddelde en de spreiding per inspecteur voor ieder kenmerk. Verder wordt gekeken of het mogelijk is om correlaties te schatten, en te kijken hoe het met de beoordeling zit van stieren van de eigen organisatie. Technische commissie van GES zal de methodiek bespreken en vast stellen.
  5. De uitkomsten van de analyse zal in GES ieder jaar besproken worden met de uniformeringscommissie (coördinator GES, bestuurslid GES, 2 vertegenwoordigers van iedere dataleverancier). Deze geven aanbevelingen voor verdere acties, die dan via de technische commissie naar het bestuur gaan. Deze aanbeveling zou kunnen variëren tussen “alles ziet er goed uit geen verdere harmonisatie nodig” tot “het houden van een workshop met alle inspecteurs om verder te harmoniseren”.
Als een nieuwe organisatie erkend wordt om exterieurgegevens aan te leveren worden de genetische correlaties en standaarddeviaties met iedere andere organisatie afzonderlijk geschat en beoordeeld. Standaardprotocol is om de genetische parameters eens in de vijf jaar opnieuw te schatten.

Slachthuisgegevens
RVO.nl heeft voorschriften vastgesteld waarin ten minste is bepaald op welke wijze de gegevens betreffende het lichaamsgewicht, de leeftijd en eventueel de bevleesdheid en andere karkaskenmerken verzameld worden en op welke wijze de kwaliteit (betrouwbaarheid) van de gegevens wordt gegarandeerd.

Vruchtbaarheid & Klauwgezondheid
De organisatie heeft voorschriften vastgesteld op welke wijze metingen betreffende voortplanting en gezondheid worden gemeten en op welke wijze de kwaliteit (betrouwbaarheid van de gegevens) wordt gegarandeerd.